De Hasselaar 8 mei 2020

Wallace, de laatste ontdekking

De hele geschiedenis van de mens heeft in het licht gestaan van ontwikkeling, ontwikkeling die moet leiden naar een ideale toestand. Maar hoe zal die ideale toestand eruit zien? Wat is het einddoel?

Wallace zegt: “Onze grootste denkers beweren dat het een toestand van individuele vrijheid en zelfbeschikking is, die bereikt wordt door de gelijkelijke ontwikkeling van en het goede evenwicht tussen de intellectuele, morele en fysieke kanten van onze natuur. Een staat die ons allen volmaakt geschikt maakt voor een sociaal bestaan omdat we weten wat goed is en tevens een onweerstaanbare prikkel voelen om het goede te doen, zodat alle wetten en straffen overbodig zijn”.

En wat blijkt volges Wallace? Dat we bij mensen met een zeer laag beschavingspeil, bij de wilden dus, een situatie aantreffen die deze volmaakte toestand benadert. Grote verschillen zoals bijvoorbeeld tussen geschoolden en ongeschoolden, tussen rijkdom en armoede, of tussen meester en bediende, komen er niet voor. In ónze beschaving wel. Hij heeft dat vastgesteld bij verschillende wilde stammen in zowel Zuid-Amerika als in de Oost. Wij hebben wel enorme vorderingen gemaakt in intellectueel opzicht, maar in moreel opzicht hebben we het lang niet zover geschopt. Hij stelt dat ons zedelijkheidspeil in de meeste gevallen het in de verste verte niet haalt bij dat van de wilden.

Onze grote intellectuele  en materiële vooruitgang heeft geleid tot een heerschappij over de natuurkrachten en dat daardoor een snelle bevolkingsaanwas en een grote welvaartsgroei is veroorzaakt. Maar ze hebben ook grote armoede en misdaad met zich meegebracht. Je kunt je afvragen of de geestelijke en morele toestand van de bevolking er niet op is achteruit gegaan en of het slechte het goede niet heeft verdrongen. Onze rechtspraak, onze nationale opvoeding en onze sociale en morele organisatie blijft steken op een barbaars niveau, zegt Wallace. Als we zo doorgaan met het vergroten van onze handel en welstand zal het daardoor naderende onheil op den duur niet meer te keren zijn. Hij besluit met “dit is de lering die ik heb getrokken uit mijn observaties van de onbeschaafde mens”.
Nu, ruim honderdtwintig jaar na het verschijnen van het boek van Alfred Russel Wallace, het is uitgegeven in 1896, is het er inderdaad op dit vlak niet beter op geworden. Het verschil tussen arm en rijk is in de geschiedenis nog nooit zo groot geweest. En de kans dat dit binnen niet al te lange tijd tot een catastrofe op wereldschaal leidt wordt alsmaar groter. Misschien is de huidige Corona-crisis wel de trekker die wordt overgehaald, want het is vrijwel zeker dat, als er op redelijke termijn een werkend vaccin wordt gevonden tegen Covid-19, dit in de eerste plaats ter beschikking zal komen van de rijke deel van de wereldbevolking. Bovendien worden nu al grote bevolkingsgroepen geteisterd door ernstige hongersnoden. De rampzalige gevolgen daarvan zijn niet te overzien.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

15 + 16 =