De Hasselaar 29 juni 2020

Anders bekeken


Vandaag worden we overstelpt met informatie over Corona en Racisme. In de kranten, op TV en Internetmedia wordt uitvoerig bericht over alle mogelijke gebeurtenissen. Zoals betogingen tegen politiegeweld, al of niet met inachtnemen van de 1,5 meter afstandsregel, het omver halen van standbeelden, enz. enz. Daar bovenop komen de  commentaren door jounalisten. En tot slot de opinies van zelfverklaarde deskundigen die niet na laten ons te bombarderen met hun mening, teneinde ons te overtuigen van hun gelijk.

Je wordt er moe(deloos) van.

En dan komt in HBVL Frans Baert onder zijn pseudoniem “Graffiti” in zijn wekelijkse column, nr. 1535, met een verhaal zoals nog niet eerder in de pers is verschenen.

In al zijn columns bekijkt hij de wereld zoals hij die ervaart en is er in het geheel niet op uit om zijn lezers te overtuigen van zijn gelijk. Hij vertelt gewoon wat hij ziet en vooral ook voelt. De lezer kan daarmee doen wat hij wil, hij wordt niet in een bepaalde richting gedwongen. Een verademing. Ook nu vertelt hij enige ervaringen die gerelateerd zijn aan de gebeurtenissen van vandaag. De lezer kan er ook nu mee doen wat hij wil.
Ik hoop dat hij het me niet kwalijk neemt dat ik zijn artikel in zijn geheel in “De Hasselaar” publiceer, maar beter dan het is kan ik het niet maken. En een verhaal gebaseerd op fragmenten kan alleen maar afbreuk doen aan zijn verhaal.
Daarom hier het hele artikel en hopelijk trekt de lezer zijn conclusies. Het staat hem vrij.

Graffiti  Column nr. 1535

De tanden van de president

Door  Frans BAERT
Elke Amerikaan heeft als kind op school geleerd dat George Washington een houten kunstgebit had. Omdat het gebit niet goed paste leed hij vaak pijn. Op alle portretten staat de eerste president van de VS met een nors gezicht afgebeeld.Enkele jaren geleden is aan het licht gekomen dat George Washington ook een kunstgebit droeg met de tanden van een van zijn slaven. Een akelige onthulling. Verdedigers van Washington leggen uit dat de slaaf vergoed werd voor het laten trekken van zijn kiezen. Maar had de man wel de keuze? En kan men van een billijke vergoeding spreken voor iemand die zonder iets misdaan te hebben tot levenslange dwangarbeid werd veroordeeld? 

* * *

Toen ik in 1981 bij de krant ‘The Boston Globe’ stage liep, raakte ik bevriend met een zwarte Amerikaan die regelmatig langskwam op mijn afdeling. Hij was verbonden aan MIT, het Massachusetts Institute of Technology. Ik vertelde hem dat MIT een van mijn droomuniversiteiten was. Enkele weken later verraste hij me toen hij zei dat hij het hoofd van zijn departement over mij had verteld. Zij bleek geïnteresseerd te zijn in mijn opleiding in Londen, en wilde me spreken. Dankzij de voorspraak van mijn vriend kon ik enkele maanden later al college lopen op de campus van MIT, aan de oevers van de Charles River. Ik vind het pijnlijk dat ik de naam van deze vriend vergeten ben. Zonder hem zou mijn academische carrière in de VS misschien nooit van de grond zijn gekomen. Ik denk dat ik de ‘Black Lives Matter’-beweging nodig had om m’n geheugen wakker te schudden.Nog een pijnlijke herinnering is dat ik ooit naar aanleiding van Kwanzaa – een soort kerstfeest dat door de Afro-Amerikaanse gemeenschap gevierd wordt – een wenskaart van hem gekregen heb. Ik wist niet wat Kwanzaa was, en heb ook niet geantwoord. Mijn onwetendheid en ondankbaarheid blootgelegd.

 * * *

 Met gierende banden kwam een politieauto tegen de straatstoep tot stilstand, toen ik in Sherman Oaks – een overwegend blanke suburb van Los Angeles – aan het wandelen was. Twee agenten sprongen uit de politiewagen en renden naar een jonge zwarte man die voor me uitliep. Voor mijn ogen dwongen ze hem om languit op zijn buik, met gespreide armen en benen, op de vuile stoep te gaan neerliggen. Hij bood geen weerstand. Toen hij even wilde opkijken, werd hij hard met de neus tegen de trottoirtegels geduwd. Ik voelde me radeloos. De brutale vernedering shockeerde me. Ik durfde niets te zeggen omdat ik bang was. Laf volgde ik het voorbeeld van de andere wandelaars die een wijde bocht om het lichaam maakten, en hun weg verderzetten. 

* * *

Begin jaren ’90 werkte ik twee jaar als psychotherapeut in een kliniek in Los Angeles. Mijn baas was Michael, een zwarte man die in ‘South-Central L.A.’ was opgegroeid, een gevaarlijke buurt. Michael vertelde me hoe hij als vijfjarige voor zijn huis een man had zien doodschieten. Later volgden er meer.Hij herinnerde zich ook hoe hij in de schoolcafetaria voor het eerst een blanke had zien eten: “Ik kon mijn ogen niet geloven. Blanken moesten dus ook eten. Dat waren mensen zoals wij.”De laatste keer dat ik Michael heb gezien was met zijn vrouw Monica, op het strand van Malibu. Hij keek vertederd naar onze oudste die als baby’tje in de armen van mijn vrouw lag te soezen.Enkele jaren geleden ontmoette ik een oud-collega van de kliniek. Ik vroeg of hij nog iets over Michael had gehoord. “Die zit in de gevangenis”, antwoordde hij, maar wist niet waarom. * * *Eind Jaren ’80 doceerde ik filosofie aan LMU, de jezuïetenuniversiteit van Los Angeles. Dat zelfs bij de jezuïeten sport even belangrijk als wijsbegeerte kan zijn, leerde ik toen ik op een dag een boze telefoon van de basketbaltrainer kreeg. Blijkbaar had ik enkele onvoldoendes aan basketter Bo Kimble gegeven, de zwarte sterspeler die bij mij les volgde. Daardoor riskeerde Bo uit het programma gezet te worden. Dat jaar maakte LMU kans om het basketbalkampioenschap te winnen, maar niet zonder Bo Kimble in de ploeg. Speelde ook mee dat Bo in grote armoede was opgegroeid, en hoopte dat hij later dankzij een carrière als NBA-speler zijn familie zou kunnen helpen.Toen ik hem na de volgende les het klaslokaal zag verlaten, vroeg ik of we even konden praten. We gingen buiten naast elkaar op de trappen van het universiteitsgebouw zitten. Daar stelde ik hem voor dat ik na elke les, indien hij dat wilde, op diezelfde plek met hem over filosofie zou praten. Bo miste daarna geen enkel gesprek met me, ook niet nadat zijn beste vriend en medespeler Hank Gathers tijdens een match door een hartinfarct werd geveld. Een drama dat nationaal aandacht kreeg. Aan het eind van het semester had Bo zozeer de smaak te pakken, dat hij eraan dacht om zijn studierichting naar filosofie te veranderen. Ik heb hem dat toen afgeraden! Het was met diepe ontroering dat we met een omhelzing afscheid van elkaar namen.Na LMU kwam Bo eerst bij de L.A. Clippers, dan bij de New York Knicks terecht. Door kwetsuurproblemen eindigde zijn carrière te vroeg. Daarna is hij zich blijven inzetten voor spelers die met gezondheidsproblemen te maken kregen. In 1990 sierde Bo de cover van ‘Sports Illustrated’, en als erkenning voor zijn positieve rolmodel riep L.A. County de 17de juli tot ‘Bo Kimble Day’ uit.

 * * *

So long,
So far away
Is Africa.
Not even memories alive.

Langston Hughes (1902-1967);’Selected Poems’ (1959), p. 3.

* * * 

De geschiedenis van de slavernij wordt wel eens de erfzonde van Amerika genoemd. Wat toen verkeerd begonnen is, heeft men later nooit meer kunnen rechttrekken. Tot de dag van vandaag heeft de zwarte bevolking de boodschap meegekregen dat Amerika niet hun thuis is. Geen ademruimte.Zwarten mogen als werkbijen in de industrie meedraaien, atleten en rappers leveren, zelfs tanden voor de president afstaan, maar daar houdt de liefde mee op.

Black lives matter.

Good luck en tot ziens.

Uw trouwe dienaar, FBAflevering nr. 1535

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

16 + een =