De Hasselaar 19 mei 2020

De verwarring blijft maar duren
Nadat de regeringen bij de bekendmaking van hun regels tegen Corona een lawine van vragen over zich heen kregen vanwege de onduidelijkheid, wordt de onduidelijkheid er met tijd niet minder om. Er zijn wel verschillen met eerder. Ten eerste gaat het hier niet meer om de regeringen, maar om de gemeente Hasselt en ten tweede maakt die nu niet “het volk” onzeker, maar de wat “hoger opgeleiden”.

Wat is er aan de hand. Nadat de regeringen alle aandacht naar zich toe hadden getrokken kwamen de gemeentebesturen op de achtergrond. Er waren wel enkele burgemeesters, bijvoorbeeld aan de kust en aan de Nederlandse grens, die probeerden op de voorgrond te komen door wat leukere dingen aan hun plaatsgenoten te beloven, maar zij werden hardvochtig door een of andere minister teruggefloten. Nu grijpen ze hun kans na de afkondiging van de opening van de winkels. De burgemeesters willen ook wel eens scoren en vaardigen op hun beurt regels uit, bijvoorbeeld bij het bezoek aan hun steden en gemeenten. Zo ook in Hasselt.

Zo wil men de federale regeling van het afstand houden in de “openbare ruimte” van 1½ meter uitleggen door middel van borden die bij het ingaan van de stad werden geplaatst. En daar begint het. Op de borden wordt uitgelegd aan “het volk” wat 1½ meter afstand betekent. Er staat dat dit de afstand is ter lengte van een op het bord afgebeelde fiets en een winkelkar. Dat is klaar en duidelijk voor dat deel van de bevolking dat niet zo “hoogopgeleid” is. Daar zal de burgemeester geen vragen over krijgen. Gescoord dus.

Maar zo simpel is het niet. Het “hogeropgeleide” deel van diezelfde bevolking raakt hierdoor in verwarring. Zij weten dat 1½ meter overeen komt met een afstand van 150 centimeter en de mierenneukers onder hen zullen een afstand van 1500 millimeter hanteren. Maar nu komt de burgemeester aandragen met een afstand van een fiets en een winkelkar. Nou weten we het niet meer.

Neem de fiets. Voor zover bekend zijn er fietsen van heel veel verschillende lengtes. Welke wordt bedoeld? Je hoort het de burgermeester al lachend zeggen: “die van 1½ meter natuurlijk”. Maar zo simpel is het niet. Is het wel zeker dat die fiets van precies 1½ meter bestaat? Is dat wetenschappelijk onderbouwd? Welke expert beweert dat? En dan nog. Stel dat je denkt dat er inderdaad zo’n fiets bestaat, klopt het dan? Dat is maar de vraag.

Veronderstel een fiets is 1½ meter lang. Twee fietsen in de stad zullen een kleine afstand van elkaar moeten houden, laten we zeggen 20 cm. Dus twee fietsen samen hebben geen lengte van 2 x 1½ m, dat is 3 m, maar een lengte van 3,2 m ofwel 320 cm of 3200 mm. Om de lengte van één fiets te krijgen moet je de lengte van twee fietsen delen door 2. Wat krijg je dan? Juist de lengte van een fiets is geen 1½ m, maar 1,60 m ofwel 160 cm of, voor de mierenneukers, 1600 mm. Conclusie: zo ’n fiets van 1½ meter voor dit doel bestaat niet.

Geachte burgervader, wat is het nou, afstand houden op 1½ meter zoals de collega’s van de regeringen zeggen of uw advies volgen en maar wat aan modderen?

Ter vervollediging, voor de winkelkar geldt dezelfde redenering, die kan ook niet voor dit doel worden gebruikt.En zo komt er nooit duidelijkheid. Alleen gezond verstand kan ons redden zeggen sommigen. Maar dat is een schaars goed.   

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

2 × vier =