Belgische Mores

Frankrijk, Parijs.
Januari 2015, aanslag op cartoonisten, terroristen doodgeschoten. Wereldleiders protesteren in optocht, ook de Belgische.

België, Verviers.
Januari 2015, bij huiszoekingen twee mannen doodgeschoten die volgens de politie een terroristische aanslag planden.
Volgens de politie zaten ze met hun Kalashnikovs te wachten op hun baas uit Griekenland, die hen zou leren hoe ze daarmee moesten schieten.

Paniek, het niveau van terreurdreiging wordt verhoogd van 2 naar 3. Maximum is 4.
Hierdoor wordt het wettelijk mogelijk om militairen in te zetten voor het uitvoeren van politietaken, voor de duur van het niveau 3.
Op verzoek van de burgemeesters worden militairen ingezet in Brussel, Antwerpen en Gent.

De Antwerpse burgemeester had al veel eerder de wens uitgesproken om militairen in te zetten om de politie te ondersteunen.
Op TV verklaarde hij dat het politiekorps dan meer capaciteit had om boeven te vangen. De laatste tijd was dat er niet meer van gekomen en aantoonbaar was dat de “criminaliteit” in Antwerpen de laatste tijd was toegenomen.
Hij z’n zin.

Op 2 februari wordt in het VRT journaal uitgebreid bericht over 4 bommeldingen die dag in het Brusselse.
Gebouwen van de Europese instellingen en een dancing werden ontruimd. Wegen worden urenlang afgezet, met een enorme verkeerschaos als gevolg. De meldingen bleken allemaal vals.
Bekend werd dat sinds de verhoging van het dreigingsniveau er al minstens 40 bommeldingen waren geweest.
Allemaal vals, maar je weet maar nooit. De politie heeft het druk, heel druk.
Volgens de media dus nogal wat reden voor paniek in het land.

Dan sla je de krant op, de ochtend van 3 februari en wat lees je?

Op de voorpagina een grote kop: “40 bommeldingen sinds verhoogde terreurdreiging”.
Verder uitwijding over de 4 bommelding van de vorige dag enz.
De berichten van de TV worden bevestigd. Nogal wat gerechtvaardigde paniek dus.

Maar dan pagina 2 en 3.

Een kop over twee pagina’s: “Para’s willen loon politie”. Para’s, dat zijn de opgetrommelde militairen die in de straten patrouileren.
In het artikel wordt uitgebreid verslag gedaan van de wensen en bezwaren van de partijen die hier een rol spelen.
Het gaat verder alleen nog maar over geld.

Volgens de vakbonden van de militairen kan het niet dat politieagenten voor dezelfde, risicovolle taak fors beter worden betaald dan de militairen.
“Militairen lopen bij bewakingsopdrachten dezelfde risico’s als de agenten die een paar deuren verder hetzelfde werk doen. Toch hebben zij een heel andere verloning. Dat is vreemd en lokt onder de militairen veel reactie uit” en…
“Het kan voor ons niet dat voor een militair die in straat A een gebouw bewaakt compleet andere voorwaarden gelden dan voor een agent die in straat B een gelijkwaardige opdracht uitvoert”. De militairen zijn “geen goedkope klusjesmannen van de politie”.

De politieagenten van hun kant protesteren tegen de inzet van militairen voor het uitvoeren van hun taken.
“Ze vrezen in te boeten aan lucratieve avond-, nacht- en weekendpremies, omdat de overheid op die dure momenten goedkope militairen zou kunnen inzetten”.
Volgens de politievakbond zet dat kwaad bloed, omdat er door de regering fors wordt bespaard op het budget van de politie en deze ook nog eens een geschat bedrag van 1,5 miljoen euro per maand voor de inzet van de militairen zou moeten betalen.

Maar de burgemeester van Antwerpen en de vicepremier en minister van buitenlandse zaken willen, dat ook bij een verlaging van het dreigingsniveau van 3 naar 2, de militairen door de gemeente kunnen worden ingezet voor “onder andere de zeer intensieve bewaking van de vele Joodse instellingen”.

Je vraagt je af: hoe zit het nu met onze veiligheid en met al die terreur? Is er nu een veiligheidsprobleem of willen via dit “probleem” onze politieke- en financiële wensen realiseren?

Moraal van het verhaal:
De politiek veroorzaakt met gebruikmaking van de media een hoop heisa. In dit geval door paniek te zaaien over vermeende terreurdreigingen.
Hierdoor proberen ze de in “normale” tijden moeilijk te realiseren doelstellingen te forceren. De partijbelangen worden daarbij zeker niet vergeten. Ze hopen dat we even niet opletten en voor dat je het weet is één en ander een feit.

De burger praat er wel over, maar trekt zich er niet zoveel van aan en gaat op zijn beurt op zoek naar voordelen.
Heel belangrijk zijn daarbij de financiële voordelen en de eventuele mogelijkheden “de anderen” doorvoor te laten opdraaien.
Zoals:”iedereen begrijpt dat bezuinigen moet, maar niet bij mij, maar bij die…. anderen”.

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

twee + drie =